De Batterij

Wat is een batterij?


Batterijen zijn apparaten die chemische energie omzetten in elektrisciteit. Batterijen zijn een goed voorbeeld van het vraagstuk 'Hoe maak ik energie draagbaar?'. Batterijen voorzien mensen van energie daar waar anders geen energie aanwezig is. Terwijl de wereld steeds meer afhankelijk word van energie, neemt de batterij een steeds belangrijker wordende plaats in in de maatschappij.


Batterijen zijn er in verschillende maten en vormen. Sommigen zijn klein genoeg om op de printplaat van de computer te passen, terwijl anderen zo groot zijn dat ze een onderzeeboot van energie kunnen voorzien. Er zijn batterijen die u na 1 keer gebruiken kunt weggooien, en er zijn batterijen die u kunt opladen en meer als 1000 keer opnieuw kunt gebruiken. Sommige batterijen worden iedere dag gebruikt terwijl andere batterijen ergens zitten en pas gebruikt worden over 20 jaar.
Het is voor de hand liggend dat omdat er zo veel verschillende toepassingen zijn, verschillende typen batterijen noodzakelijk zijn. Maar alle batterijen werken volgens hetzelfde principe.
De eerste batterij werd ongeveer 200 jaar geleden geintroduceerd, en is sindsdien intensief bestudeerd. Evenzo valt er nog steeds veel te leren van de chemische reakties die voorkomen in batterijen. De nieuwe batterij-types en de duidelijke vooruitgang van de kwaliteit en de prestaties van de batterijen hebben er aan toe bijgedragen dat batterijen zoveel gebruikt worden.
Batterijen kunnen ook frustrerend werken, hebben we niet allemaal al eens een zaklantaarn nodig gehad, terwijl deze niet werkte omdat er niet genoeg energie aanwezig was. Of dat we de auto wildlen starten en dat er niets gebeurde. Meestal is dit niet eens de batterij haar schuld. Meestal hebben we vergeten de zaklantaarn uit te doen, vergeten de batterijen op te laden of hebben we de verlichting van de auto aan gelaten. Maar altijd krijgt de batterij de schuld.

Toch, batterijen hebben ook hun nadelen. Het is een aktief chemisch systeem, ze zijn gevoelig voor hoe ze gebruikt worden, de omgeving waarin ze gebruikt worden, en hoe ze zijn behandelt zijn in het verleden. Een verlenging van de levenduur van de batterij kan worden verkregen door uitvoerig te bestuderen hoe een batterij nou eigenlijk werkt. Hiermee worden vele batterij-problemen voorkomen.
 
De Geschiedenis van de batterij

Luigi Galvani (1737-1798) en Alessandro Cont di Volta (1745-1827) waren natuurwetenschappers die betrokken waren bij de eerste onderzoeken op het gebied van elektriciteit. Hun namen leven tot op de dag van vandaag voort in woorden als "Galvanische cel” en “Volt”. Het viel Galvani bij experimenten op, dat kikkerpoten stuiptrekkingen vertoonden, wanneer ze met verschillende metalen in aanraking kwamen. Hij trok daaruit de conclusie dat er een samenhang bestond tussen elektriciteit en spierfuncties.


In 1799 bouwde Volta de eerste eenvoudige batterij. Hij rangschikte koper en zinkschijven afwisselend over elkaar en legde tussen die schijven iedere keer een in een zoutoplossing gedrenkt stuk vilt. Deze zogenoemde “Volta-zuil” leverde energie wanneer de schijven via draad met elkaar werden verbonden. De spanning werd zelfs nog verhoogd als er diverse “zuilen” aan elkaar werden geschakeld.

De industrialisering versnelde de ontwikkeling van elektrochemische energiedragers; er ontstond een snel groeiende behoefte om energie op te slaan.


De lood-zuur batterij
Terwijl er verschillende soorten van batterijen zijn, wordt de lood-zuur batterij gezien als het werkpaard. Deze vertegenwoordigt ongeveer 60% van alle batterijen verkocht over de hele wereld. Lood-zuur batterijen zijn meestal economischer en zijn minder gevoelig voor misbruik.. Het feit dat alle batterijen die gebruikt worden voor starten, verlichten en transporten bestaan uit lood-zuur batterijen, geeft aan dat de lood-zuur batterijen voor vele toepassingen makkelijk inzetbaar is.
Alle lood-zuur batterijen werken op dezelfde manier en gebruiken allemaal dezelfde materialen. Bij de postieve elektrode wordt lood dioxide (PbO2) omgezet in lood sulfaat (PbSO4) en bij de negatieve elektrode wordt metaal lood (Pb) omgezet in lood sulfaat (PbSO4). Het elektrolyt is een mix van zuur dat het sulfaat ion voorziet voor de ontlaad reaktie.

De basis van de lood-zuur batterij zoals te zien in figuur 1 is een beetje verandert sinds het concept uit 1880. Door betere materialen te gebruiken en andere produktiemothoden te begruiken is de energie opslagcapaciteit en de betrouwbaarheid verbeterd. De belangrijkste markt voor de lood-zuur batterijen zijn service voor auto's, boten en heftrucks. Alle natte batterijen bestaan uit platte platen in een bad gedompelt van elektrolyt. De batterijen stoten vlambare gassen uit als ze overladen worden. Demi water is gebruikelijk voor gebruik in natte batterijen, waarmee ze bijgevult moeten worden als het niveau van het elktrolyt te laag daalt.

 

Hoe werkt een batterij?

Elektriciteit bestaat uit een stroom elektronen, die als gevolg van een spanningsverschil van de negatieve elektrode (minpool) naar de positieve elektrode (pluspool) vloeien. Een en ander is het gevolg van een chemische reactie tussen de materialen waaruit de batterij is opgebouwd. De stroom elektronen komt uitsluitend op gang indien de batterij in een gesloten circuit is opgenomen.

De samenstelling van een batterij

Over het algemeen zijn batterijen opgebouwd uit de navolgende elementen:

  • Een negatieve elektrode (anode) tijdens het ontladen*.
  • Een positieve elektrode (kathode) tijdens het ontladen*.
  • Elektrolyt; een pasta die zorgt voor een verbinding tussen de twee elektroden.
  • Een isolator; deze zorgt ervoor dat er een elektrische scheiding is tussen de twee elektroden.

* Tijdens het opladen, bij een oplaadbare batterij is de kathode de negatieve elektrode en de anode de positieve elektrode.

Anode:

De elektrode in een elektrochemische cel waar oxidatie plaatsvindt. Tijdens de ontlading is de anode de negatieve elektrode van de cel. Tijdens het opladen is de anode de positieve elektrode.

Kathode:

De elektrode in een elektrochemische cel waar reductie plaatsvindt. Tijdens de ontlading is de kathode de positieve elektrode van de cel. Tijdens het opladen, bij een oplaadbare batterij, is de kathode de negatieve elektrode.

 
Welk soort batterij te gebruiken.
Batterijen zijn er in verschillende vormen en maten en zijn er voor verschillende applicaties. Toch bepalen drie hoofdregels welk soort batterij er gekozen moet worden.
Allereerst moet bepaald worden of de batterij intensief of niet intensief moet worden gebruikt. Sommige batterijen zijn beter voor het gebruik bij een langere termijn op een laag voltage als op korte termijn bij een hoog voltage. voorbeelden zijn voor langere termijn een horloge batterij en voor korte termijn een startbatterij.
Punt twee heeft betrekking op de oplaadbare batterijen. Hierbij moet worden bekeken hoe lang de batterij gebruikt moet worden ten opzicht van de tijd die hij nodig heeft om op te laden. Sommige batterijen worden gebruikt als 'float'. deze staan haast altijd aan de lader en worden zelden gebruikt. Terwijl andere batterijen haast continu hun werk moeten kunnen blijven doen. een voorbeeld van een 'float' batterij is een back-up batterij.
Het laatste punt waar naar gekeken moet worden is de omgeving waarin de batterij gebruikt word en in het bijzonder de temperaturen waarin de batterij moet werken. Batterijen en mensen werken allebei ongeveer het liefst bij dezelfde temperatuur. Als het warm is , word de chemische reaktie versnelt en word zijn levensduur korter. Als de batterij te koud is wordt de chemische reaktie vertraagt en is de output minder.
Natuurlijk is het kiezen van de juiste batterij van veel meer factoren afhankelijk maar met bovenstaande maatstaven kom je een heel eind op weg naar de juiste keuze.
 

Loodaccu

 

Loodaccu’s zijn uitgevonden door de Franse natuurkundige Gaston Planté in 1859. Deze vorm van oplaadbare galvanische cel is één van de oudste accutypes. Tegenwoordig is de loodaccu het meest gebruikte type oplaadbare accu.

Kenmerken

Typische kenmerken van loodaccu’s, vergeleken met andere typen accu’s, zijn:

  • grote eenvoud: het elektrochemische systeem bestaat slechts uit water, zwavelzuur en lood,
  • lage energiedichtheid per massa-eenheid, in de orde van 108 kJ/kg (30 Wh/kg),
  • relatief hoog vermogen per massa-eenheid,
  • relatief hoge energiedichtheid per volume-eenheid,
  • relatief goedkoop,
  • kunnen hoge elektrische stroom leveren, bijvoorbeeld voor startmotoren van auto's.
  • gemakkelijk te recupereren. Er zijn geen ingewikkelde scheidingsprocessen voor nodig,
  • de hoge spanning van ruim 2,0 volt per cel.

Bijna alle hedendaagse auto's gebruiken loodaccu's. Ook worden ze bijvoorbeeld gebruikt voor aandrijving in vorkheftrucks, waar het hoge gewicht (al gauw 1500 kg) ook nuttig gebruikt wordt als contragewicht.

12-volts accu's bestaan uit zes cellen in serie, met elk een nominale spanning van 2,1 volt. Zo'n samenstelsel van accu's noemt men als regel een accubatterij.

Elke cel heeft (in geladen toestand) een elektrode van lood (Pb) en een elektrode van lood(IV)oxide (PbO2), die zich bevinden in een elektrolyt van ongeveer 37 massaprocent zwavelzuur (H2SO4). Moderne ontwerpen hebben een gel-elektrolyt, in tegenstelling tot oudere natte accu's waarin de cellen een vloeistof bevatten. Natte accu's zijn herkenbaar aan de schroefdoppen aan de bovenzijde, waardoor de vloeistof kan worden gecontroleerd en nagevuld met gedemineraliseerd water.

In ontladen toestand bestaan beide elektroden uit lood(II)sulfaat. Het elektrolyt verandert dan in water, waardoor ontladen loodaccu’s kunnen bevriezen.

Typen loodaccu's

Er worden de volgende typen loodaccu's onderscheiden, afhankelijk van het beoogde gebruik en daarmee de bouw van de accu:

  • startaccu's: deze kunnen korte tijd hoge stroom leveren. Autoaccu's zijn startaccu's. Aanbevolen wordt om een startaccu niet verder dan 20% te ontladen. In auto's met een verbrandingsmotor wordt daaraan voldaan: na de hoge stroom om de automotor te starten wordt de accu snel weer opgeladen. Startaccu's hebben relatief veel en dunne loden platen. De capaciteit van een startaccu gaat sterk achteruit door sterk ontladen en weer laden, ten gevolg van sulfatering. Bij sulfatering ontstaat een harde, onoplosbare laag op de elektroden, die niet elektrisch geleidend is. Dit type accu's is de goedkoopste soort.
  • stationaire accu's of semi-tractie accu's: leveren een lagere stroom dan startaccu's, maar kunnen dieper ontladen worden, tot 50%. Deze accu's zijn beter tegen sulfatering bestand dan startaccu's.
  • (vol-)tractie-accu's: kunnen tot 80% ontladen worden, en hebben een langere levensduur (uitgedrukt in ontlaad-laad-cycli) dan stationaire accu's. Echter, vol-tractie accu's zijn aanmerkelijk duurder dan stationaire accu's.

Naast de "gewone" natte-electrolyt accu's bestaan ook

  • gel-accu's: deze bevatten een electroliet in gel-vorm, en zijn daarmee ook in gekantelde toestand bruikbaar. Deze kunnen langdurig diep ontladen worden, tot 80%, en weer snel geladen worden.

Algemene informatie

De capaciteit van de accu wordt uitgedrukt in ampère-uren (1 ampère-uur is gelijk aan 3600 Coulomb). Naarmate men echter de accu zwaarder belast en sneller oplaadt neemt deze capaciteit af. Als de accu lange tijd niet gebruikt wordt treedt er door zelfontlading verlies aan lading op. Bovendien wordt het loodsulfaat dan geleidelijk in een minder actieve vorm omgezet. Daarbij laat het ook los van de elektrodes en zakt naar beneden in de sedimentatieruimte onder de platen. Tijdens dit sedimentatieproces kan er kortsluiting ontstaan.

Tijdens het ontladen en de vorming van loodsulfaat aan de platen wordt er zwavelzuur onttrokken aan de elektrolyt. De zwavelzuurconcentratie en daarmee het soortelijk gewicht neemt dan af. Door het controleren van de zuurdichtheid heeft men controle op de ladingstoestand. Tijdens het gebruik is er alleen waterverlies. Door verdamping en door waterelektrolyse bij het laden en tijdens de langzame zelfontlading. Daarom mag de accu alleen met zuiver water worden bijgevuld. Onzuiver hard water kan leiden tot afzetting van gips en inwendige kortsluiting via migrerende ferro- en ferri-ionen (Fe2+ en Fe3+).

Capaciteit van accu's en kortsluitstromen

De capaciteit van een accu en de praktische toepassing hiervan, de accubatterij, geeft de hoeveelheid ampère-uren (Ah) aan, opgeslagen in een volledig geladen accubatterij. Dit houdt in, dat gedurende een aantal uren een bepaalde stroom uit de accubatterij kan worden betrokken. De capaciteit van een accubatterij is aanwezig bij een ontlaadtijd van 10 uur. Bij een andere ontlaadtijd dan deze 10 uur is de capaciteit anders.

In de volksmond zegt men vaak ampère (A) in plaats van ampère-uur (Ah). Dit is eigenlijk net zo fout als het aangeven van de snelheid van een auto in kilometers (km) in plaats van kilometers per uur (km/h).

In de afbeelding is de capaciteit van een stationaire loodaccubatterij van 250 Ah als functie van de tijd in een grafiek uitgezet. De stroom die tijdens de gedefinieerde 10 uur kan worden afgenomen, bedraagt 250 ÷ 10 = 25 A.

Gelaccu's

Voordelen van gelaccu's ten opzichte van natte accu's zijn:

  • bruikbaar in elke oriëntatie
  • bij het laden ontstaat minder gas, en het gas dat ontstaat wordt door het sponsachtige elektrolyt opgenomen, waarbij de zuurstof en waterstof bij ontladen weer water wordt. Dit gebeurt op dezelfde wijze als in een brandstofcel.
  • gelaccu's zijn hierdoor onderhoudsvrij: er hoeft geen water toegevoegd te worden
  • er treedt minder snel sulfatering op

Nadelen van gelaccu's ten opzichte van natte accu's zijn:

  • kunnen minder stroom leveren bij gelijke afmetingen
  • lagere capaciteit bij gelijke afmetingen
  • er kan geen water bijgevuld worden als ten gevolg van overladen water verloren is gegaan in de vorm van gas
  • hogere prijs

Enkele typische eigenschappen van loodaccu's:

  • Open klemspanning bij volledig geladen: 12,6 V
  • Einde van ontladen: 11,8 V
  • Laden met: 13,2-14,4 V
  • Spanning waarbij water ontleedt in waterstof en zuurstof: 14,4 V
  • Bij continu laden: maximaal met 13,2 V
  • Na volledig opgeladen te zijn zakt de klemspanning snel naar 13,2 V en dan langzaam naar 12,6 V.

Werking

De beide elektroden bestaan uit een harde loodlegering die niet aan de laad- en ontlaadreacties meedoet. In een volledig opgeladen accu zit er aan de positieve pool lood(IV)oxide gehecht en aan de negatieve pool fijn verdeeld zuiver lood. Deze twee zijn de elektrochemisch actieve materialen.

Tijdens de ontlading vormt zich een laag loodsulfaat op beide materialen. Tijdens het opladen wordt het loodsulfaat weer omgezet in lood en lood(IV)oxide.

De chemische reacties zijn (links geladen, rechts ontladen):

Anode (oxidatie):

Pb (s) + SO42- (aq) ↔ PbSO4 (s) + 2 e-
waarbij ε0 = −0,356 V

Kathode (reductie):

PbO2 (s) + SO42- (aq) + 4 H+ + 2 e- ↔ PbSO4 (s) + 2 H2O (l)
waarbij ε0 = 1,685 V

Omdat de cellen in de meeste accu's een vloeibaar elektrolyt hebben, ontstaat bij overladen knalgas, een explosief mengsel van zuurstof en waterstof. Een ander gevaar van accu's is de zeer corrosieve werking van zwavelzuur.

Toepassingen

Natte accu's die ontworpen zijn om ver ontladen te worden worden onder andere gebruikt in:

  • golfkarretjes, vorkheftrucks en dergelijke,
  • onderzeeboten
  • back-up voedingen voor telefooncentrales, grote computercentra enzovoorts en
  • accuboormachines, accuschroevendraaiers en dergelijke

Gelaccu's worden onder andere toegepast in

  • noodstroomvoedingen voor kleine computersystemen,
  • elektrische scooters,
  • fietsen met elektrische hulpmotor, en
  • maritieme toepassingen.